Home

Financiën binnen de gemeente Nijmegen

Investeringen

Onder investeringen verstaan we de bouw of de aanschaf van goederen die meerdere jaren meegaan. Dat zijn over het algemeen grote uitgaven, waarvoor de gemeente geld leent. Volgens de begrotingsregels horen de kosten van investeringen bij de jaren dat de investering wordt gebruikt. Die kosten bestaan uit rente en afschrijving. Samen noemen we dat de kapitaallasten. De jaarlijkse kapitaallasten nemen we mee in de Stadsbegroting.

Hoe dit precies werkt, is wellicht het eenvoudigst uit te leggen met het volgende voorbeeld. Stel we kopen/investeren in zonnepanelen met een levensduur van 10 jaar. Laten we er daarbij vanuit gaan dat we daarvoor een lening afsluiten die we in 10 jaar moeten aflossen. Om de lening te kunnen betalen (de jaarlijkse aflossing en rente), moeten we van onze maandelijkse inkomsten genoeg geld reserveren (rente en afschrijving, de kapitaallasten van de investering). Dat geld zetten we apart op een spaarrekening. Zo hebben we aan het eind van het jaar precies genoeg geld om rente en aflossing aan de bank te kunnen betalen.
De investering in zonnepanelen betalen we dus met de lening. De kapitaallasten trekken we af van onze inkomsten op onze lopende rekening, en zetten we apart op een spaarrekening. Zo kunnen we onze maandelijkse uitgaven voor levensonderhoud en andere zaken uit onze lopende rekening betalen (vergelijk: de Stadsbegroting). En hebben we aan het eind van het jaar genoeg geld gespaard om de lening af te lossen.

Soorten investeringen
Bij de gemeente Nijmegen maken we onderscheid tussen specifieke investeringen, bulkinvesteringen en investeringen met eigen dekking.

Bij specifieke investeringen gaat het vaak om grotere bedragen en om uitgaven voor het realiseren van specifieke programmadoelen. Denk daarbij aan voorzieningenharten, sportparken en fietstunnels. Over de specifieke investeringen wordt expliciet door de raad een besluit genomen.

Bulkinvesteringen zijn jaarlijks terugkerende kredieten waarvoor we jaarlijks een vast bedrag reserveren. Het gaat om onderhoudsinvesteringen in ons maatschappelijk vastgoed, bedrijfsinvesteringen en verbeteringen voor de woonomgeving. Voor elk van deze groepen investeringen maakt het college jaarlijks een uitvoeringsplan.

Investeringen met eigen dekking krijgen dekking uit een reserve of worden gedekt door jaarlijkse opbrengsten zoals de rioolheffing. Investeringen met eigen dekking hebben dus een eigen opbrengst en zijn dan ook niet in te ruilen tegen andere investeringen.

Nieuwe werkwijze 'Meer grip op investeringen'
Het college heeft op 17 maart 2026 besloten over een nieuwe systematiek voor de investeringen.
In de notitie 'Grip op investeringen' wordt deze nieuwe systematiek uitgelegd. Kern van dit
voorstel dat we bij de specifieke investeringen onderscheid maken tussen investeringen in
potlood (de voorgenomen investeringen), in voorbereiding en in uitvoering. We belasten de
begroting alleen voor de kapitaallasten van investeringen die in uitvoering zijn of worden
genomen. Bij de Stadsbegroting geeft het college aan de raad een update van de
investeringen in potlood en stelt voor welke nieuwe investeringen zouden kunnen worden
toegevoegd en welke investeringen zouden kunnen worden afgevoerd. Zolang een
investering in potlood staat, is realisatie nog niet zeker. Kredieten komen beschikbaar als
ze de status voorbereiding of uitvoering hebben gekregen.
Ook gaan we werken met een 10-jarenplanning, waardoor de kapitaallasten beter verdeeld
worden over de jaren.

Deze pagina is gebouwd op 03/26/2026 16:20:05 met de export van 03/26/2026 16:13:31