Home

Financiën binnen de gemeente Nijmegen

Gemeentefonds en specifieke uitkeringen

Gemeentefonds
De belangrijkste inkomstenbron van de gemeente is het gemeentefonds (hierna ook: GF). Via dit fonds krijgen gemeenten van het rijk middelen om de gemeentelijke taken uit te kunnen voeren. Binnen het gemeentefonds onderscheiden we een aantal uitkeringen. Dit zijn de algemene uitkering, de integratie-uitkering en de decentralisatie-uitkering. De jaarlijkse stijging of daling van de algemene uitkering heet het accres. Vanaf 2024 is de ontwikkeling van de algemene uitkering gekoppeld aan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP).
Het gemeentefonds behoort tot de algemene middelen van de gemeente. Het is aan de gemeenteraad hoe de gemeente dit geld besteedt. Over het gemeentefonds hoeft alleen aan de gemeenteraad  verantwoording te worden afgelegd.

De algemene uitkering (AU)
De algemene uitkering wordt bepaald aan de hand van ongeveer 60 maatstaven die voor elke gemeente gelden. Het rijk houdt hierbij rekening met de onderlinge verschillen in kosten van de gemeenten gelet op de taken die ze moeten uitvoeren. Voorbeelden van maatstaven zijn: het aantal bijstandsgerechtigden, het aantal leerlingen, het aantal jongeren, de oppervlakte.

De integratie-uitkering (IU)
Een integratie-uitkering is bestemd om middelen via het gemeentefonds te verdelen op een manier die afwijkt van de algemene uitkering. Deze uitkering wordt uitgekeerd aan alle gemeenten. Als een integratie-uitkering in het leven wordt geroepen, moet ook meteen het tijdstip worden bepaald waarop de middelen worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Met een integratie-uitkering kan het Rijk dus voor een aantal jaren middelen aan gemeenten verstrekken via het gemeentefonds, zonder gebonden te zijn aan de manier van de verdeling van de algemene uitkering. Dit maakt voor specifieke taken of beleidsterreinen een gerichte verdeling van het budget mogelijk.

De decentralisatie-uitkering (DU)
De decentralisatie-uitkering is een variant op de integratie-uitkering. Decentralisatie-uitkeringen verschillen slechts op twee punten van integratie-uitkeringen: bij een decentralisatie-uitkering hoeft het tijdstip van overheveling naar de algemene uitkering nog niet bekend te zijn en het is mogelijk om de decentralisatie-uitkering naar een deel van alle gemeenten te verdelen (zoals aan centrumgemeenten). Dat betekent dat het bij een decentralisatie-uitkering ook om tijdelijke middelen kan gaan. Jaarlijks bekijkt het rijk of overgang van decentralisatie-uitkering naar de algemene uitkering mogelijk en wenselijk is of dat de looptijd van het beleid is beëindigd en de decentralisatie-uitkering komt te vervallen. Voorbeelden van decentralisatie-uitkeringen zijn de uitkeringen voor vrouwenopvang en maatschappelijke opvang. Het feit dat gemeenten middelen ontvangen via een decentralisatie-uitkering betekent niet dat gemeenten over de besteding ervan verantwoording moeten afleggen aan het Rijk. De gemeenteraad beslist er immers over.

Bijzondere Fonds Uitkering (BFU)
Waarschijnlijk wordt binnenkort een nieuwe uitkeringsvorm binnen het gemeentefonds mogelijk gemaakt, de zogenaamde Bijzondere Fonds Uitkering (BFU). Een BFU is bedoeld voor geldstromen vanuit het rijk naar gemeenten waarover gemeenten geen strenge verantwoording hoeven af te leggen, maar het rijk wel om kwantitatieve informatie kan vragen.
De BFU is als alternatief bedoeld voor zogenaamde Specifieke Uitkeringen (SPUK’s). Over SPUK’s vindt u meer informatie verderop in dit document.

Integrale afweging
In Nijmegen kennen we het beleid van integrale afweging: de gemeenteraad weegt nieuwe beschikbaar gestelde Gemeentefondsmiddelen integraal af. Als gemeente volgen we niet één op één het Rijk bij de bestemming van de gelden, maar wij maken een eigen afweging, die zoveel mogelijk integraal is, die past binnen het beleid van de gemeente en die zo goed mogelijk aansluit bij de lopende begroting. Deze integrale afweging houdt in dat ook andere aspecten bij de afweging worden betrokken zoals de inzet van de rijksgelden voor de invulling van bezuinigingen, voor het opvangen van eventuele tekorten of voor budgetwensen binnen andere beleidsterreinen.

Herverdeling gemeentefonds
In 2023 zijn nieuwe verdeelmodellen voor het gemeentefonds geïntroduceerd. De eerste fase loopt t/m 2026 met een stapsgewijs invoering van maximaal € 15 per inwoner per jaar. In 2026 wordt beslist over verdere invoering. Nijmegen is een voordeel gemeente. In totaal valt het nieuwe model € 30 miljoen gunstiger uit. Tot en met 2029 is in de begroting rekening gehouden met een voordeel van € 15 miljoen. Vanaf 2030 is nog € 15 miljoen te gaan. Op dit moment zijn er met het rijk gesprekken
en onderzoeken naar de balans tussen taken en middelen. Onder meer de Raad van
Openbaar Bestuur (ROB) heeft hierover het advies geschreven. Wat dit gaat betekenen
is nog ongewis.

Voor een filmpje van het ministerie van BZK over de werking van het gemeentefonds: Klik hier
Voor een filmpje over Du's en specifieke uitkeringen: Klik hier

Specifieke uitkering (SPUK)
Dit zijn uitkeringen door het rijk waarover de gemeente, anders dan over gemeentefondsmiddelen die vrij besteedbaar zijn, verantwoording moeten afleggen aan het rijk. Een voorbeeld hiervan zijn de BUIG middelen (gebundelde uitkering). Verantwoording over de besteding van deze middelen verloopt via de verantwoordingsmethode SiSa (single information, single audit). Dit betekent eenmalige informatieverstrekking en eenmalige accountantscontrole. Deze verantwoording hoort bij als bijlage bij de jaarstukken die gemeenten maken.

Gebundelde uitkering (Buig)
Gemeenten betalen bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies uit het zogenoemde budget BUIG (gebundelde uitkering). Voor grote gemeenten (inwoneraantal > 40.000) wordt het BUIG-budget bepaald op basis van het objectieve verdeelmodel. Op basis van verschillende objectieve maatstaven, maatstafaantallen en maatstafbedragen wordt jaarlijks het budgetaandeel (%) berekend. Het macrobudget BUIG afgezet tegen het budgetaandeel bepaalt het gemeentelijke budget BUIG.  Het macrobudget zelf is een schatting en wordt vastgesteld op basis van historische gegevens. Gemiddeld genomen over de jaren heen klopt het qua hoogte, maar schommelingen in het macrobudget kunnen zorgen voor tekorten of overschotten.   Gemeenten die een tekort hebben gerealiseerd op hun BUIG budget, kunnen in aanmerking komen voor een vangnetregeling. Indien het tekort van een gemeente boven een drempelpercentage uitkomt, kan een beroep gedaan worden op de vangnetregeling. Als de aanvraag goedgekeurd wordt door de vangnetcommissie, wordt een deel van het tekort gecompenseerd. Vanaf 2025 bestaat de reguliere vangnetregeling (tekort meer dan 7,5% van het budget) en de uitgebreide vangnetregeling (tekort meer dan 5% van het budget). Indien de gemeente aan de voorwaarden voldoet, wordt een deel van het tekort door het Rijk gecompenseerd.

Telkens wordt rond 1 oktober een voorlopig budget bekend gemaakt voor het aankomende jaar, dit wordt vervolgens in het voorjaar erna gevolgd door een bijgesteld budget. Het definitieve budget  wordt uiteindelijk bepaald rond 1 oktober.

Deze pagina is gebouwd op 03/26/2026 16:20:05 met de export van 03/26/2026 16:13:31